Theo van Doesburg/Brief aan Mina Leibbrandt/4

[p. 1]

 Tilburg                                                                        21-4-15

Waarde Mina

Heb je me eigenlijk wel op mijn laatsten brief geantwoord. Ik weet het niet. Mijne correspondentie is zoo ontzettend uitgebreid; dat ik nauwelijks weet wie antwoordt [en] wie niet.
Ik hoop dat je gezondheid weer geheel hersteld is. Van Agnita vernam ik je beterend worden [?]. Hoe gaat het nu? Ik verheug mij in 'n groote [?] interesse [?] met mijne laatste werken van al de Meditaties aan de grenzen in den „Avondpost” (overgenomen van [?] de Eenheid) bezorgen mij 'n uitgebreide correspondentie. Wat zal het heerlijk zijn als de [onleesbaar] afgeloopen


[p. 2]

is en ik mijn Energie over geheel Europa kan uitstorten. Agnita haar werk heeft vast veel succes. Ik had hier eergisteren de leden van het gezelschap Royaards op bezoek. Ze schreeuwden [?] over Agnita haar werk (haar eminente teekenkunst) en vonden dit „[onleesbaar] aan het allerhoogste het beste wat er was.”
Vergeef mij mijn slechte schrift, wegens drukke bezigheden.
Ik ben voor a.s. september uitgenoodigd door de wetenschappelijke kring om voor professor leden en genoodigden, profs, doctors enz. een lezing te houden over moderne kunst met lichtbeelden. Ik ben dan in de gelegenheid Agnita haar werk te introduceeren bij het publiek.

met vriendelijke groeten ook aan de kinderen

 

als altijd   Does