Theo van Doesburg/Brief aan Mina Leibbrandt/1

[p. 1]

Mina!

Je brief ontvangen. -
Het is mij niet heel duidelijk wat ge met zijne inhoud bedoelt. Dat ik onder [in de linker kantlijn:] betere ingeving of inspiratie werk is waar. Het bewijst echter niet, dat werk onder den invloed van een slechte atmosfeer geen groote kunst zou kunnen zijn. De Hel van Dante is grootere kunst dan zijn Paradijs.
Baudelaire, Paul Verlaine en Oscar Wilde brachten diepere kunst voort dan Nic Beets, de Genestet en Tolstoy. De eersten leefden in in zgn. inferieure atmosfeer. De laatsten in z.g.n. redelijke omgeving.
Maar hoe nu Mina? maakt ge u werkelijk ongerust over mijne kunst of over de gesteldheid mijner inspiratie. Ach!
Of baart mijne verhouding tot Agnita u zorgen? Maar die verhouding is wat zij was en zal


[p. 2]

wel blijven wat zij geweest is.
Ik ben zeer ontvankelijk voor vermaningen, maar zij moeten hunne basis in de rede hebben, hebben zij hunne basis niet in de rede, dan verwerp ik ze.
Of maakt ge u bezorgd over mijne verhouding met God? Maar die is zeer intiem. Wij spreken elkaār voortdurend, ik streel Hem den baard en Hij kust mijn voorhoofd. Hij wenkt mij en zendt mij een engel die mij leert wat leven is, wąt Kunst; wat Liefde; wat deugd, wąt wijsheid; enz.
En zou dan de „in-spiratie” in de nabijheid van God wel ooit verkeerd kunnen zijn?; of inferieur aan de in-spiratie van Agnita?
Leer van mij dat men op de plee van den Hemel kan zijn en dat het beter is dicht bij God te wonen, dan bij een kerk?
Ik hoop dat mijn lied: [in de linker kantlijn:] verschijnt eendaags in Eenheid. Uwe Liefde... u van de waarheid mijner bewering overtuigen en u uit de dwaling uwer denkbeelden over mij redden zal.


[p. 3]

Door Agnita haar groote literaire- en Teken-Kunst uit den laatsten tijd zijn wij juist zoo dicht als mogelijk bij elkaār gebracht.
Ge meent, dat ik met allen op reis zal gaan?, - maar zoolang de „engel”, die mij nu beschermt voor den ondergang mij ook op reis niet verlaten zal...
Uwe felicitatie met Agnita's verjaardag moet ik helaas met 'n condoliantie beantwoorden.
Ontvang overigens alle de innigste groeten van een man die niets anders zijn wil dan bij een minnend kunstenaar, uw ouden jongen vriend

Does

Tilburg
15/2 1915.